Eric Fourez ° 1946
Het ontbreekt in onze schilderkunst niet aan schilders van de zee.
Maar met deze traditie heeft het werk van Eric Fourez niet veel te maken. Hij exploreert op zijn beurt de stranden van de Noordzee en is daar uiteraard niet de eerste mee. Maar misschien is hij wel de eerste die dieper kijkt dan de golven, de branding en het leven op het strand. Zijn onderwerp is zo natuurlijk als het maar kan.
Hij schildert immers de sporen die het tij achterlaat op het zand en laat zo in feite de natuur, de eeuwige beweging van het water, aan het woord. De belangstelling voor dit onder watergebeuren is misschien minder vreemd dan men denkt. Fourez is afkomstig uit een streek waarin tijdens de voorbije eeuw de hele ondergrond werd omgewoeld op zoek naar steenkool en waar men zo per toeval een hele groep versteende iguanodons ontdekte. Misschien verklaart dat ook een beetje die visie in de diepte van de kunstenaar. De manier waarop hij die tekeningen, wat reliëf in het natte zand, brengt is heel persoonlijk. Hij is een monochroomschilder, maar het wit is in zijn werken veel meer dan het kleur van het doek. Hij bewerkt het tot het de weidsheid van zee en strand in zich draagt. Het reliëf is nauwelijks blauw te noemen en herinnert soms aan de schaduw of de weerschijn van een wolkenhemel, die zo typisch is voor de Noordzeekusten.
Joost De Geest
'Mémoires Océanes'
06·07·2013 > 16·09·2013
Pas de doute, la peinture d’Eric Fourez est à contre-courant des modes et du matraquage des images. Elle est l’anti-choc, l’anti-agression visuelle, et à ce titre déjà, parce que autre, elle interpelle. L’oeuvre prend naissance dans le détail paysager choisi, celui bien éphémère d’une plage de sable mouillé, au petit matin de préférence, quand le jour pointe, entre clarté et légère brume. Un moment qui n’est point de hasard car il est l’éveil de la vie et promesse.
De l’image reprise de façon sélective, ne subsisteront que des traces, à l’apparence énigmatique et, cependant, notifiant bien une réalité visuelle.
Eric Fourez, hors de cette écriture ponctuelle presque diaphane, en gris léger et aérien qui offre à l’oeuvre la profondeur toute symbolique et indispensable, peint en blanc.
En pure lumière, en matité pourtant plus qu’en brillance car l’éclat pourrait être pris pour un effet.Il procède donc à un effacement progressif d’un monde déjà choisi et respecté à la lisière de lui-même, affirmant que les réalités importantes ne sont point là, dans les évidences, mais que l’essentiel, ainsi que l’écrivait Antoine de Saint-Exupéry, est invisible pour les yeux. Que les ailleurs mentaux, teintés d’aspirations vers l’immaculé, que la pensée pure, qu’une forme d’ascétisme sans doute, sont valeurs primordiales à opposer au tohubohu, aux irrévérences actuelles du monde et, partant, à tout art bavard, démonstratif et superficiel.
Claude Lorent